‘Als ik die robotstofzuiger in mijn jongere jaren ook al had gehad, dan had ik fysiek gezien nog wel 10 jaar doorgekund,’ en ‘Ik ben allang blij dat ik weet hoe het koffiezetapparaat werkt. Laat staan een robot.’ Twee uitspraken, allebei afkomstig van ervaren schoonmakers. Ze geven de houding op de werkvloer treffend weer. Aan de ene kant zien mensen de voordelen van robotisering, aan de andere kant ervaren ze weerstand.
Volgens Dick Altena moeten schoonmakers vooral wennen aan een andere routine. ‘In de oude situatie vullen ze hun schrobzuigmachine met water en reinigingsmiddelen, en daarna zetten ze hem aan. Vervolgens lopen ze er anderhalf uur achteraan terwijl de machine de vloer reinigt. Daarna brengen ze hem weer weg, en maken hem schoon. Maar de robot hoeven ze alleen naar de juiste plek te brengen en aan te zetten – en zelfs dat kan vaak worden geautomatiseerd. Een totaal andere werkwijze dus, die meer ruimte creëert voor hoogwaardige en complexere taken.’
Angst voor vervanging
Een andere uitdaging is de vrees dat robots banen vervangen. Volgens Bram Mensink is het belangrijk om hierbij eerlijk te communiceren. ‘Robots brengen inderdaad veranderingen in werkzaamheden met zich mee. Maar Asito is een echt mensenbedrijf. We zien robots vooral als een aanvulling op de middelen die schoonmakers gebruiken om hun werk beter en efficiënter te kunnen doen. Ze moeten het werk van onze mensen juist beter maken. Het gaat niet om vervanging, maar om verandering, waardoor schoonmaak voor iedereen efficiënter wordt.’
Sommige werknemers hebben ook moeite met de complexiteit van de nieuwe technologie. ‘Er is een teamlid bijgekomen’, zegt Van Zijl. ‘In dit geval een robotschoonmaakmachine, en die vereist een speciale aanpak. Een robot biedt veel voordelen, maar je moet hem wel op de juiste manier bedienen.’

Eerlijkheid
Hoe pak je deze uitdagingen aan? Volgens Mensink is het belangrijk om eerst aandacht te besteden aan het waarom. ‘We vertellen het eerlijke verhaal. Ja, sommige robots nemen bepaalde schoonmaaktaken en daarmee werkuren over, maar dat betekent niet dat schoonmakers overbodig worden. Integendeel, het personeelstekort in de sector maakt slimmer werken juist noodzakelijk. Bovendien blijft de menselijke factor onmisbaar voor kwaliteit en aandacht voor detail.’
Van Zijl vult aan: ‘We zitten momenteel in een fase waarin het grote arbeidstekort wordt aangevuld met robots, zonder dat er uren verloren gaan. Gezien de afnemende instroom ligt het verminderen van de uren en arbeidskrachten daardoor nog ver in de toekomst.’
We zitten momenteel in een fase waarin het grote arbeidstekort wordt aangevuld met robots, zonder dat er uren verloren gaan”
Verder gelooft Van Zijl in een strak stappenplan: ‘Mensen moeten aan robots wennen. Stel dus eerst een theoretische businesscase op en kom vervolgens met een pilot waarin de robot enkele dagen wordt ingezet. Ervaring met de robots kan namelijk de acceptatie positief beïnvloeden, en tegelijkertijd kunnen eventuele knelpunten tijdig worden gesignaleerd.’
Maar let wel: stel dat plan niet op voor de werknemers, maar laat hen vooral in de lead. Mensink: ‘De schoonmaker heeft als geen ander inzicht in wat er op een locatie speelt en speelt daarom een cruciale rol bij het bepalen hoe en wanneer de robot werkt. Vraag de medewerkers vervolgens ook met een voorstel te komen: wat doen we met de vrijkomende tijd? Stel dat een robot een taak van anderhalf uur overneemt, hoe gaan we met deze uren om? Kunnen we de opdrachtgever vragen of er ruimte is voor aanvullende werkzaamheden, die we mogen doorberekenen?’

Nazorg
Altena benadrukt nog een ander aspect: nazorg. ‘Die is veel belangrijker dan bij normale schoonmaakmachines. Als er technische of operationele problemen optreden, moeten deze snel worden opgelost. Wat je wilt voorkomen, is dat een apparaat drie weken stilstaat omdat niemand zich ervoor verantwoordelijk voelt.’
Tot nu toe ging de discussie over de weerstand bij de medewerkers, maar soms zit die ook bij de opdrachtgevers. ‘Soms uiten opdrachtgevers zorgen over de opslag van data’, vertelt Mensink. ‘Dat begrijp ik goed. Zo’n robot beweegt zich immers door de hele organisatie. Wat gebeurt er met de verzamelde informatie? Sommige opdrachtgevers willen geen machines uit bepaalde landen vanwege zorgen over dataveiligheid. Daarom is het cruciaal dat leveranciers garanties bieden op dit gebied. Met certificeringen kunnen ze bijvoorbeeld aantonen dat alle gegevens veilig binnen Europa worden opgeslagen. Zo nemen we een groot deel van die zorgen weg.’
Dit artikel is gesponsord door Facility Trade Group.